Peuter & kleuter
Op deze leeftijd gaat het niet om rekenen of budgetteren, maar om concepten: geld bestaat, je ruilt het voor spullen, en sommige dingen zijn duurder dan andere. Alleen basis.
Leer-doelen
- Begrijpen dat je met geld ruilt voor spullen
- Onderscheid 'duur' versus 'goedkoop' (relatief)
- Begrijpen dat geld op kan zijn
Concrete activiteiten
- 1
In de winkel: laat ze zien hoe u met kaart of contant betaalt. Zeg 'Dit kost X euro'. Niet uitleggen wat een euro is — dat komt later.
- 2
Boodschappen-spel: geef ze een namaak-euro en laat ze 'kopen' in uw keuken. Onderhandel over prijzen. Laat zien dat één koekje 1 euro is en een appel 50 cent.
- 3
Spaarpot introduceren: tel munten samen. Laat ze ervaren 'dit stapeltje is meer dan dat stapeltje'. Grootheid > getal op deze leeftijd.
- 4
Prullaria met prijskaartjes: gebruikte speelgoed-spullen met prijsjes. Laat ze kiezen met 3 'euro'. Ruil-gedrag wordt geoefend.
Wat wél werkt
Herhaling + concrete objecten. Kleine kinderen begrijpen tastbaar geld beter dan digitaal. Spelletjes met MUNTEN + PAPIER werken goed.
Wat NIET werkt
Uitleggen over rente, inflatie, sparen voor 'later'. Nog te abstract. Ook: niet zelf ervaren laten kopen — dan wordt het een volwassen-les, geen eigen ervaring.