Leefgeld bij bewind: wat valt eronder en hoe houd je het bij?

Leefgeld is het bedrag dat je bij bewind, budgetbeheer of een schuldregeling zelf krijgt voor je dagelijkse uitgaven: boodschappen, verzorging, een kop koffie onderweg. Je vaste lasten (huur, energie, verzekeringen) betaalt je bewindvoerder of budgetbeheerder van een aparte rekening. Hoeveel leefgeld je krijgt, staat niet in de wet: je bewindvoerder bepaalt het, liefst samen met jou, meestal met de richtlijn van het Nibud als uitgangspunt.

In dit artikel: wat er wel en niet onder leefgeld valt, hoe de beheerrekening en de leefgeldrekening werken, wanneer leefgeld wordt gestort en hoe je het zelf bijhoudt.

Wat is leefgeld precies?

Bij bewind regelt een bewindvoerder je geldzaken. De Rechtspraak legt uit wat jij dan nog zelf doet: "U doet zelf kleinere uitgaven. Bijvoorbeeld voor boodschappen, kleding, schoenen. Uw bewindvoerder bepaalt met u een bedrag hiervoor. Dat heet leefgeld." Je bewindvoerder spreekt ook met je af wat je van dat leefgeld moet betalen (Rechtspraak: de betrokkene bij bewind).

Het Nibud omschrijft leefgeld vanuit de schuldhulpverlening als "het (wekelijkse) bedrag waarvan mensen die een schuldhulpverleningstraject volgen hun losse noodzakelijke uitgaven kunnen doen" (Nibud: leefgeld in de schuldhulpverlening). Het principe is bij bewind, budgetbeheer en een schuldregeling hetzelfde: je inkomen komt binnen op een rekening die de hulpverlener beheert, daarvan gaan eerst de vaste lasten af, en wat jij voor de dagelijkse dingen krijgt, is je leefgeld. Het is dus geen uitkering, maar een deel van je eigen geld dat aan jou wordt doorbetaald. En over dat deel beslis jij: "Leefgeld kun je zelf uitgeven", schrijft het Nibud, en voor "aankopen doen met het leefgeld" heb je volgens de Rechtspraak geen toestemming van je bewindvoerder nodig (Rechtspraak: taken en verplichtingen bewindvoerder).

Wat valt onder leefgeld, en wat niet?

Het Nibud en de NVVK (de branchevereniging voor schuldhulpverlening) hebben er een richtlijn voor. Volgens die richtlijn betaal je van je leefgeld:

  • eten en drinken;
  • zelfzorgmiddelen, zoals medicijnen en pleisters;
  • was- en schoonmaakmiddelen;
  • persoonlijke verzorging: douchegel, tandpasta, de kapper;
  • een deel van je sociale uitgaven: een basisbedrag om bijvoorbeeld bezoek te ontvangen;
  • een deel van je vervoer: OV-kosten naar bijvoorbeeld de supermarkt of het ziekenhuis;
  • kleine dingen zoals postzegels, pennen en papier.

Niet onder de richtlijn voor leefgeld vallen:

  • alle vaste lasten: huur, energie, internet, abonnementen, verzekeringen en lokale heffingen;
  • reserveringsuitgaven, zoals kleding en onderhoud;
  • uitgaven voor een auto, en kosten voor een fiets of scootmobiel;
  • een dagje weg of een vakantie;
  • huisdieren;
  • extra kosten voor werk;
  • onvermijdbare persoonlijke kosten, bijvoorbeeld zorgkosten door ziekte.

Die laatste groep betaal je "in overleg met je schuldhulpverlener", schrijft het Nibud. Valt je op dat de Rechtspraak hierboven kleding en schoenen wél als leefgelduitgave noemt? Dat laat precies zien waar het om gaat: wat jij van je leefgeld betaalt, spreek je af met je bewindvoerder of budgetbeheerder, en dat verschilt per bewindvoerder. Vraag ernaar en laat het vastleggen.

Hoeveel leefgeld per week is normaal?

Er is geen wettelijk minimum. Het Nibud zegt het letterlijk: "Er is geen wettelijk minimumbedrag voor het leefgeld. De financiële hulpverlener bepaalt hoeveel leefgeld je krijgt." Wel is er de richtlijn, die het Nibud in januari en juli bijwerkt. Volgens het Nibud (peildatum oktober 2026; bedragen bijgewerkt per juli 2026) heeft een huishouden minimaal nodig:

Huishouden Per week Per maand
Alleenstaande € 91 € 394
Stel zonder kinderen € 162 € 703
Eenoudergezin, 1 kind (8 jaar) € 131 € 568
Eenoudergezin, 2 kinderen (8 en 13 jaar) € 178 € 774
Eenoudergezin, 3 kinderen (11, 13 en 15 jaar) € 241 € 1.045
Stel, 1 kind (8 jaar) € 186 € 807
Stel, 2 kinderen (8 en 13 jaar) € 227 € 988
Stel, 3 kinderen (11, 13 en 15 jaar) € 290 € 1.259

Bron: Nibud, Leefgeld in de schuldhulpverlening. Controleer de actuele tabel altijd bij het Nibud zelf.

Drie kanttekeningen van het Nibud:

  1. Het zijn minimumbedragen. Je komt er volgens het Nibud alleen mee uit als je heel goed met geld kunt omgaan, geen extra kosten hebt door bijvoorbeeld medische zaken, niet meer reiskosten hebt dan gemiddeld, niet rookt en geen huisdieren hebt.
  2. € 50 per week is verouderd. Het Nibud noemt bedragen van € 50 voor een alleenstaande en € 75 voor een stel "verouderd": ze passen "niet meer bij de kosten van levensonderhoud op dit moment". Krijg jij zo'n bedrag, dan is dat een goede reden voor een gesprek.
  3. Kinderbijslag telt deels mee. In de schuldhulpverlening telt kinderbijslag niet als inkomen, maar een deel ervan is bedoeld voor dagelijkse kosten die ook in het leefgeld zitten. Dat deel (€ 5, € 7 of € 9 per kind per week, afhankelijk van de leeftijd) kan de hulpverlener verrekenen; in het rekenvoorbeeld van het Nibud krijgt een ouder met één kind van 8 jaar daardoor € 124 in plaats van € 131 per week.

Kom je niet rond? Overleg met je schuldhulpverlener of bewindvoerder, adviseert het Nibud. Een paar weken genoteerde leefgelduitgaven maken dat gesprek concreter dan "ik kom niet uit".

Beheerrekening en leefgeldrekening: zo werkt het

Bij de start van een bewind richt de bewindvoerder je bankzaken opnieuw in. De Rechtspraak beschrijft de twee rekeningen die daarbij horen (Rechtspraak: bewind opstarten):

  • De beheerrekening. Hier komt je inkomen binnen en hiervan betaalt de bewindvoerder je rekeningen. Het is "een rekening waar de betrokkene geen toegang toe heeft".
  • De leefgeldrekening. "Een betaalrekening waarmee de betrokkene zelf uitgaven mag doen voor bijvoorbeeld boodschappen." Hiervan heb je in het algemeen wel de bankpas, en de bewindvoerder spreekt met de bank af dat je op deze rekening niet rood kunt staan.

Beide rekeningen staan op jouw naam. De bewindvoerder blokkeert daarnaast je oude bankpassen en creditcards en trekt kredietlimieten in. Ingrijpend, maar het betekent ook: alles wat op je leefgeldrekening staat, is van jou om uit te geven.

Bij budgetbeheer werkt het vergelijkbaar, maar dan op basis van een overeenkomst die je zelf tekent: je geeft de budgetbeheerder een machtiging om je inkomen te ontvangen en je krijgt je leefgeld op je eigen rekening. Hoe dat verschilt van bewind lees je in Budgetcoach, budgetbeheer of bewindvoering: wat is het verschil?

Wanneer wordt leefgeld gestort?

Dat verschilt per bewindvoerder en per organisatie; er is geen landelijke regel. Wat je in de praktijk ziet:

  • Per week op een vaste dag. Gemeente Utrecht schrijft over totaal budgetbeheer: "Iedere week ontvangt u op een vaste dag leefgeld." (gemeente Utrecht: budgetbeheer).
  • Per week of per maand. Kredietbank Limburg zegt: na het bepalen van de vaste kosten "krijg je elke week of maand wat geld om boodschappen te doen" (Kredietbank Limburg: budgetbeheer).
  • Van week naar maand als oefening. De Rechtspraak noemt de overstap van leefgeld per week naar leefgeld per maand als vaak eerste stap wanneer je weer zelf je geldzaken wilt beheren.

Zet de stortingsdag in je huishoudboekje als terugkerende inkomst; dan zie je meteen of een storting een keer uitblijft.

Leefgeld bijhouden: waarom en hoe

Veel mensen onder bewind of in budgetbeheer houden hun leefgeld niet bij; het voelt alsof iemand anders al op je geld let. Maar het leefgeld is juist het stuk waar jij de regie hebt. Je ziet of het bedrag klopt met je echte kosten, je oefent voor later (zie Zelfredzaamheid na bewind: stap voor stap weer zelf doen) en je weet op maandag al hoeveel er voor het weekend overblijft.

Zo pak je het aan:

  • Volg het ritme van je leefgeld. Krijg je per week, denk dan in weken. Krijg je per maand, kies dan de stortingsdag als startdag van je maand.
  • Begin met weinig categorieën. Boodschappen, verzorging, vervoer, sociaal en overig. Vijf is genoeg; verfijnen kan later.
  • Noteer ook contant geld. Juist bij leefgeld gaat veel contant, en juist dat verdwijnt uit het zicht.
  • Papier, Excel of app? Papier werkt als je het bij je hebt, Excel rekent voor je, en een app kan terugkerende bedragen zoals je wekelijkse leefgeld automatisch invullen. Een eerlijke vergelijking staat in Excel kasboek vs app.

Zo helpt een huishoudboekje als Okidoky

Okidoky is een eenvoudig digitaal huishoudboekje (browser, iOS en Android). Je voert je leefgeld in als wekelijkse of maandelijkse terugkerende inkomst, noteert waar het heen gaat en ziet per periode wat er over is; budgetten per categorie laten zien wanneer je over een grens gaat. Afschriften van je leefgeldrekening importeer je als CSV (ING en KNAB automatisch, andere banken via een eenmalige kolomindeling), of je voert alles zelf in. Beginnen kan met je eerste kasboek.

Wat Okidoky niet doet, zeggen we liever vooraf. Geen bankkoppeling: Okidoky kijkt nooit zelf in je rekening, jij bepaalt wat erin staat (waarom we dat zo doen). Geen budgetbeheer of bewind: Okidoky beheert geen geld, betaalt niets en vervangt je bewindvoerder niet. En geen leefgeldberekenaar: dat bepaal je met je hulpverlener.

Werk je samen met een budgetcoach, schuldhulpmaatje of begeleider? Met Okidoky Coach kan die, alleen als jij dat wilt, meekijken: een samenvatting (totalen van de periode, een stoplicht, open vaste lasten, budgetten over de grens) of, als je dat apart aanzet, je hele kasboek alleen-lezen. Je ziet vooraf wat je begeleider ziet, je ziet wie wanneer heeft gekeken en je kunt het altijd stoppen. Meekijken mag nooit een voorwaarde voor hulp zijn. Meer voor budgetcoaches en bewindvoerders; begeleiders kunnen het 30 dagen gratis proberen.

Veelgestelde vragen

Is leefgeld inkomen?

Leefgeld is geen aparte uitkering. Het is het deel van je eigen inkomen dat je hulpverlener aan jou doorbetaalt nadat de vaste lasten zijn afgetrokken, legt het Nibud uit.

Mag mijn bewindvoerder leefgeld inhouden, bijvoorbeeld vakantiegeld of kinderbijslag?

Je bewindvoerder bepaalt het leefgeld, als het kan samen met jou, en moet jaarlijks rekening en verantwoording afleggen aan de kantonrechter (Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikel 445). Voor kinderbijslag beschrijft het Nibud dat een deel verrekend kan worden met het leefgeld. Voor vakantiegeld en andere extra's vonden wij geen landelijke regel; dat hangt af van je budgetplan en je afspraken. Ben je het niet eens met je bewindvoerder? Bespreek het eerst, stuur daarna eventueel een klacht, en helpt dat niet, dan kun je naar de rechter (Juridisch Loket: klachten over bewindvoering). Je bewindvoerder is volgens de Rechtspraak verplicht je inzicht te geven in je geldzaken.

Hoeveel leefgeld krijgt een alleenstaande per week?

Volgens de Nibud-richtlijn (bijgewerkt per juli 2026) heeft een alleenstaande minimaal € 91 per week nodig, een stel zonder kinderen € 162. Het zijn minimumbedragen voor een voorbeeldhuishouden; je hulpverlener bepaalt het bedrag voor jouw situatie.

Wat is het verschil tussen een beheerrekening en een leefgeldrekening?

De beheerrekening is de rekening waar je inkomen binnenkomt en waarvan de bewindvoerder je rekeningen betaalt; jij hebt er geen toegang toe. De leefgeldrekening is de betaalrekening waarop je leefgeld wordt gestort en waarvan jij de pas hebt. Beide staan op jouw naam (Rechtspraak: bewind opstarten).

Wat als ik niet uitkom met mijn leefgeld?

Overleg met je schuldhulpverlener of bewindvoerder, adviseert het Nibud. Neem je huishoudboekje mee: zo laat je zien waar het geld heen gaat en of er kosten in zitten die eigenlijk niet onder leefgeld vallen. Hoe je dat samen met een begeleider aanpakt, lees je in Huishoudboekje bijhouden met je cliënt.